Stichting Indië-Monument Friesland
Monument voor Friese militairen die na 15 augustus 1945 tijdens acties van de Nederlandse krijgsmacht zijn omgekomen
De 34e herdenking van de Friese gevallenen in voormalig Nederlands-Indië en/of Nieuw-Guinea en de onthulling van het nieuwe monument van Friese gevallenen bij andere acties van de Nederlandse krijgsmacht na 15 augustus 1945
vindt plaats op
Woensdag 26 augustus 2026
bij het Monument in het
Rengerspark te Leeuwarden
Uitgesproken woorden bij de 34e herdenking en onthulling
Openingswoord van voorzitter Roel Sluiter
Welkom onthulling/herdenking bij Indië Monument Rengerspark, 26 augustus 2026.
Wat ontzettend fijn dat u er allemaal bent bij deze bijzondere herdenking bij ons Indië monument.
We verwelkomen dit jaar ook mensen die tot nu toe niet of minder aanwezig zijn geweest en dat heeft te maken met de onthulling van ons nieuwe monument, direct naast en verbonden met het bestaande monument. Er zijn veteranen, er zijn directe nabestaanden en wij zijn blij met uw komst. Even kort wil ik hier stilstaan bij een trouwe veteraan en ondersteuner die hier nu niet meer aanwezig is. Ad Joossen, hij was nog bij de besprekingen over de combinatie van het oude en het nieuwe monument toen dat nog in het stadium van zoeken en gedachten was en ook later toen het meer concrete vormen aan nam. Helaas is hij vandaag niet aanwezig om de onthulling mee te maken. Ik begrijp dat zijn vrouw en zonen hier aanwezig zijn. Wij hopen dat de herdenking en de onthulling van het nieuwe monument u èn u allen hier aanwezig zo direct goed zal doen.
Het monument dat zo direct onthuld gaat worden, is van de vooraanstaande kunstenaar Hans Jouta uit Ferwerd die er iets heel moois van heeft gemaakt, maar dat gaat u zo in volle glorie zien.
Zowel met het oude als met het te onthullen nieuwe monument eren wij de Friese militairen die na de tweede wereldoorlog ver buiten Nederland vielen in naam van vrijheid en vrede. Of die acties nu het beoogde resultaat hadden of niet, die soldaten zijn in dienst van ons land omgekomen en dat maakt het waard er met aandacht en in enige deemoed bij stil te staan.
Herdenken is van alle tijden. En het vindt plaats in heel wisselende maatschappelijke omstandigheden.
In de Griekse stadstaat Athene werden al eeuwen voor Christus jaarlijks de gevallenen herdacht in een plechtige bijeenkomst met een lofrede.
Eén van de beroemdste herdenkingsredes is die van de Atheense staatsman Pericles in 431 v.Chr.
Pericles, een belangrijke bestuurder en legeraanvoerder, zelf ook een veteraan dus, was één van de grote vormgevers van de Atheense democratie en zodoende een inspiratie voor de democratie waarin ook wij leven. Net als de onze nu, werd ook de Atheense democratie bedreigd. Door de Spartanen, een gehard volk van louter aan bevelen gewende krijgers.
Pericles nu, herdenkt in z’n grafrede de tegen de Spartanen gesneuvelde Atheense soldaten. Hij doet dat door te benoemen waarvóór zij zijn gesneuveld:
(en ik citeer:)
“Onze vorm van samenleven is niet een navolging van de gebruiken van onze buurlanden. Haar naam luidt democratie omdat het bestuur niet neerkomt op een klein aantal maar bij de meerderheid berust. Waardering ontmoet elk naar de goede naam die men op enig gebied verwerft, een vooraanstaande positie verkrijgt men niet omdat men aan de beurt is, maar vanwege bijzondere verdienste. Vrij en soeverein is onze vorm van samenleven en in de wijze waarin we elkaars dagelijkse bezigheden beoordelen. Wij voegen elkaar geen boze blikken toe die weliswaar geen schade berokkenen maar toch kunnen kwetsen. Wij zijn verdraagzaam en in het openbare leven zijn wij zeer wetsgetrouw, vooral uit ontzag omdat wij gehoor geven aan wie op enig moment door onze instemming het bestuur vormt en trouw aan de wetten, in het bijzonder die ter ondersteuning van slachtoffers van onrecht, en aan de ongeschreven wetten waarvan het algemeen als schande geldt ze te overtreden.”
(einde citaat)
Een mooi, eigenlijk verbluffend modern en herkenbaar verhaal. Achteraf iets te mooi ook, want de Atheners hadden slaven, vrouwen deden niet mee in deze democratie en voor veel boeren was het te ver lopen naar die volksvergaderingen bij de Acropolis. Ook dat soort dingen, de onvolmaaktheden van de democratie, herkennen we.
Maar het misverstand van Pericles was dat hij uit z’n superieure staatsinrichting de conclusie trok dat er daardoor zo’n vitale samenleving zou ontstaan dat tegenstanders als vanzelf zouden worden verslagen. Pericles zou het niet meer meemaken maar uiteindelijk wonnen toch de Spartanen en er bleken dus geen gemakkelijke garanties te zijn en was vrijheid verre van gratis of vanzelfsprekend.
En dan kunnen we 25 eeuwen ineens gemakkelijk overbruggen. Wij zijn niet in oorlog met de Spartanen, maar de dreiging is voelbaar.
Wij achten ons in alle opzichten superieur aan wie mogelijk onze tegenstanders worden. Maar ook in ons land staat de wereld af en toe op z’n kop en dan is een samenleving niet op z’n sterkst en is een overwinning nooit zeker.
Maar als wij ervan uitgaan dat het geheim van werkelijke macht en gezag uiteindelijk toch vrijheid is en dat het geheim van vrijheid -omdat het niet gratis is- moed is, dàn is het goed stil te staan bij hen die de grootste moed hebben laten zien en dat met hun leven hebben moeten bekopen.
In deze onrustige en onzekere tijd is het, lijkt ons, goed om een monument te onthullen waarmee we ál diegenen die na 1945 het hoogste offer reeds gebracht hebben, vanuit ons nog veilige Fryslân, kunnen eren.
Nog één keer Pericles aan het woord: “Want de ganse aarde is het graf van moedige mannen en niet alleen het opschrift van de grafsteen in hun eigen land getuigt van hen, maar vooral daarbuiten leeft de ongeschreven herinnering voort in vele harten, meer nog dan in een zichtbaar symbool.”
Zo is het: de namen van de mannen op het monument dat wij zo direct gaan onthullen, en de namen van de mannen op het monument waarbij wij al zo vaak herdachten, leven niet alleen op deze monumenten voort, maar vooral in het gedenken dat zij vielen, en waarvoor zij vielen.
Ik verwacht dat wij een mooie en gedenkwaardige bijeenkomst hebben. Na afloop ontmoeten wij elkaar allemaal graag in de tent, hier in het park.
Leeuwarden, 26 augustus ’26
Roel Sluiter, voorzitter
Herdenkingstoespraak door de heer viceadmiraal b.d. M.J.M. Borsboom
Geachte aanwezigen, meisjes en jongens, nabestaanden, militairen, veteranen en belangstellenden.
Inleiding.
Het is een eer om op uitnodiging van het bestuur van de Stichting Indië Monument Friesland met u vanavond samen te herdenken nadat we zojuist het nieuwe monument hebben onthuld.
Tot nu toe gold deze herdenking alleen de Friese militairen die in de jaren '45-'49 in Nederlands-Indië/Indonesië waaronder ook Nieuw-Guinea zijn omgekomen, vanaf nu gaat het ook om alle Friese militairen die in naoorlogse missies zijn omgekomen.
Op beide periodes zal ik ingaan waarbij ik een aantal persoonlijke verhalen en ervaringen met u zal delen. Hierbij noem ik ook een aantal namen die op het nieuwe monument staan, uiteraard verdienen alle gevallenen onze aandacht en respect.
Duiding huidige tijdgeest.
Deze tijd is er een van onzekerheid, dat voelen we in toenemende mate. We lezen er over, zien beelden op het journaal, de overheid roept op om weerbaar te zijn, van noodpakket tot het regelen van hoe je elkaar ontmoet als er geen telefoon of internet meer werkt. Vreemde drones vliegen ook in ons luchtruim, onze internetkabels op zee worden in kaart gebracht, verkiezingen worden beïnvloed van buitenaf door trollen, internationale criminaliteit dringt door in de bovenwereld, vanzelfsprekende bondgenoten acteren onbegrijpelijk, we zien snelle erosie van het internationale recht, terroristische daden op een gewone dag op een normaal plein, en dan nog die vreselijke oorlog aan de rand van Europa; Oekraïne. De beelden vullen iedere dag de huiskamer.
Als commandant van de Marine moest ik oplopend jaarlijks 2,7 miljard euro structureel bezuinigen op defensie, inmiddels groeien we naar 3,5% van ons BNP.
We leven in een fase die ‘Liminaliteit’ wordt genoemd:
“Wat er was is niet meer, wat het wordt is nog niet duidelijk.”
Juist nu is dus herdenken en gedenken erg belangrijk! Waartoe zijn al die offers gebracht, wat is eigenlijk het verdedigen waard, waar vecht je voor, het gaat om ten diepste begrijpen wat in het leven belangrijk is en welke normen en waarden daarbij leidend zijn. Vanavond staan we hierbij stil, bij al die offers van Friese militairen van 1945 tot nu.
Nederlands Indië
Ik kom uit een hele grote familie, moeder uit gezin met 12 kinderen, vader uit gezin met 8. Wonend op Scheveningen was de Tweede Wereldoorlog heftig: uit hun huizen gezet vanwege de bouw van de Atlantikwall, een ontplofte V2 in de achtertuin, er werd zwaar honger geleden, onderduiking, één opa werd per ongeluk gemitrailleerd door een Spitfire (nu noemen we dat collateral damage) mijn andere opa overlijdt door uitputting en ondervoeding kort na mei ‘45. Vlak na de oorlog gingen diverse ooms als vrijwilliger en dienstplichtige naar Nederlands-Indië. Ik leerde door de jaren heen hoe verschillend hun ervaringen waren. De een sprak er nooit over, de ander, oom Joop 98, liet mij recent nog al zijn fotoboeken zien en kon er met precisie en voldoening over praten. Weer een andere oom had alleen vreselijke ervaringen en de volgende oom wilde zijn medaille “Ereteken voor Orde en Vrede” op zijn kist hebben liggen bij de uitvaart.
In mijn functie als Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranen(zorg) heb ik van zeer nabij het onderzoek "Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950" en de discussies en de grote impact daarvan op veteranen meegemaakt.
Door de ervaringen met mijn ooms en ook de verhalen van mijn vrouw haar familie (beide ouders geboren in NL Indië voor de oorlog) was het duidelijk dat er op die periode meerdere perspectieven zijn, geheel afhankelijk waar je was, wat je deed, wie je was. Een periode met heel veel leed, maar ook daar is geen hiërarchie in; jouw pijn is jouw pijn. Het is belangrijk dat alle verhalen verteld mogen worden, alleen dan ontstaat begrip en mogelijk verzoening: met elkaar en met jezelf.
Naar de marine
In 1978 zou ik biochemie gaan studeren, maar een vriend was naar de officiersopleiding voor de marine gegaan: het KIM (Koninklijk Instituut voor de Marine). Hij stuurde kaartjes vanaf exotische locaties ik dacht is dat ook iets voor mij. Ging voor de driedaagse keuring en jawel het werd de Marine. De tijd van de Koude Oorlog; mooi overzichtelijk, de vijand was de Sovjet-Unie. Mijn moeder vond het eerst niets en daagde mij uit hoe ik als gelovige katholiek, in de ene hand de bijbel en de andere hand het zwaard kon houden. Blijkbaar had ik een afdoend antwoord want ik kreeg toestemming. Mijn marine tijd was zeer enerverend en bracht mij over de hele wereld. Voor het thuisfront niet altijd eenvoudig, van de eerste 24 maanden van onze zoon, was ik 20 maanden op zee. Dus voor mij hoort bij herdenken juist ook het thuisfront!
Toen op 9 november 1989 de Berlijnse muur viel ontstond een nieuwe wereldorde. De inzet van defensie veranderde op slag. Het werden nu primair vredesmissies vaak onder VN-mandaat. Dus niet alleen het eigen of NATO- grondgebied verdedigen maar ook het bevorderen van de internationale rechtsorde. Het was ook de tijd dat de dienstplicht werd opgeschort en de krijgsmacht een beroepsleger kreeg.
Toch werden er ook tijdens de koude oorlog vredesmissies uitgevoerd. De meest omvangrijke en vergeten vredesmissie is die in Korea geweest.
Als auteur schreef ik samen met Anne Doedens de Canon van de Zeemacht in deze Canon hebben we aan de Korea inzet aandacht besteed. Want alleen als we de geschiedenis kennen, zullen we de offers die zijn gebracht niet vergeten.
Bijvoorbeeld
Hendrik Douna, geb. 4/01/1930 in Tijnje, omgekomen 26/07/1953 in Korea. Douna was 2e luitenant bij de C-compagnie van het Nederlandse Detachement bij de Verenigde Naties (NDVN). Douna sneuvelde in de zogenaamde “laatste patrouille” die in de nacht voor de dag van de wapenstilstand gelopen werd, net op de scheidslijn van de 38e breedtegraad. Daarbij kwamen Douna en z’n mannen in een hinderlaag van de Chinese troepen terecht. Ook vier andere mannen uit zijn groep kwamen daarbij om. Naar aanleiding van deze patrouille is in 2002 een documentaire gemaakt door Pia van der molen die door de EO is uitgezonden en die via YouTube is terug te zien. Hendrik is begraven op het United Nations Memorial Cemetery, Busan, Zuid-Korea.
Nog ieder jaar bedanken de Zuid Koreaanse autoriteiten onze Koreagangers voor hun vitale en onbaatzuchtige inzet.
Vredesmissies toe en nu.
De uitgezonden militairen naar Nederlands-Indië en Korea maar ook later, werden wel militair getraind, maar nauwelijks voorbereid op de omstandigheden waar ze in moesten opereren. Kennis van cultuur, klimaat, en terrein was beperkt. Ook van opvang na de langdurige (soms langer dan een jaar) inzet was nauwelijks sprake. Eenmaal thuis direct uit het operatieterrein was het gelijk weer business as usual. Geen sprake van evaluatie, decompressie en aandacht voor hereniging, laat staan voor PTSD of Moral Injury. De gevolgen van missies als die in Libanon werken nog door tot in deze tijd. Vanuit mijn functie als President Apostolat Militaire International kom ik al vele jaren in Lourdes op de militaire bedevaart. Daar zie ik de worsteling die sommige veteranen nog steeds doormaken.
Ook de missie waar Srebrenica een onderdeel van uit maakte, heeft bij vele uitgezonden militairen een litteken veroorzaakt. Hier zijn lessen te trekken over sturing op operationeel niveau en met welk mandaat je militairen in welke (onmogelijke) positie kan brengen.
Zoals bijvoorbeeld:
Raviv van Renssen, geb. 2/05/1970 te Nijeholtpade, omgekomen 8/07/1995 in Potocari, Bosnië, Vrml. Joegoslavië. Soldaat 1eklasse. Gesneuveld bij gevechten rond Srebrenica in Bosnië waar hij met z’n groep terecht kwam in een gevecht van Bosniakken (Bosnische moslimstrijders) en Bosnische Serviërs. Raviv is begraven op het Nationaal Ereveld Loenen.
Toen kwam Afghanistan.
De grootste militaire missie van na de tweede wereldoorlog (120.000 militairen 30.000 burgers) werd ISAF in Afghanistan. Na 9/11 moest de terreur van de Taliban vanuit Afghanistan worden gestopt. Deze Amerikaanse interventie werd internationaal toen middels VN-resoluties een ondersteuningsoperatie werd opgezet om in Afghanistan de veiligheid te garanderen, het bestuur te ondersteunen en het land te ontwikkelen. Zelf werd ik als 2 ster verantwoordelijk voor governance and development in de commandgroup o.l.v. de Amerikaanse Generaal McChrystal eind 2008 heel 2009.
Lessen waren inmiddels geleerd het ging om een geïntegreerde aanpak, het hebben van een lange adem, counter insurgency operaties (elke burger die je dood op jacht naar Taliban creëert 10 nieuwe vijanden). In Nederland spraken we van een vredesmissie, ik liep ieder dag langs de vlag die halfstok hing vanwege de vele gesneuvelden (ISAF-militairen, Afghaanse militairen en politie). Dat de internationale gemeenschap uiteindelijk niet de lange adem had die nodig was is mede aanleiding tot de huidige situatie in Afghanistan. Toch is er toen veel bereikt, de meeste ISAF-veteranen zijn positief over hun inzet/bijdrage en vergeten niet hun buddies zoals;
Martijn Rendert Rosier, geb. 6/02/1977 in Leeuwarden, omgekomen 26/08/2007, Deh Rawod, Uruzgan, Afghanistan. Sergeant 1e klasse bij KL Vredesmacht Afghanistan. Betrokken bij het opruimen van bermbommen, werd hij zelf gedood door een bermbom. In het gemeentehuis van zijn woonplaats St. Annaparochie is een gedenkplaat voor hem aangebracht.
Wij zijn hier bijeen om alle Friese militairen te eren die na 1945 zijn gevallen. Dat doen we door ze blijvend te herdenken, hun namen te noemen, maar ook stil te staan bij zij die gewond zijn geraakt fysiek en/of psychisch, en bij hun thuisfront. Laten we een open oog hebben voor wie steun nodig heeft. Laten we daarmee ook onze weerbaarheid zien, door samen pal te staan en te verdedigen wat ons dierbaar is in ons mooie Friesland, in ons mooie Koninkrijk!
Dank voor uw aandacht.
Hartelijke groet, kind regards,
Matthieu J.M. Borsboom
Viceadmiraal bd
In yn memoriam fan it monumint; Luurtse de Boer
Ik haw hjir in earbân mei de namme en it identifikaasjenûmer fan Luurtse de Boer. Dizze en mear oantinkens binne by my brocht troch syn omkesizzer Luutzen Verkaik. Hjir ek mei syn frou oanwêzich.
Ik haw de earmbân fannewike skjinmakke. Benei 80 jier lei it yn in kast. Soarchfâldich haw ik it poetst. It lei letter by my yn it keukens rút te drûgjen en doe tocht ik, de sirkel is rûn. De earmbân seach fan ôf de finsterbank út op it bertehûs fan Luurtse. Hy waard berne yn Ljussens en ferhuze op jonge leeftyd nei Sint Jabik mei syn âlders. Sa’n earmbân sa persoanlik, om hân by syn libben en ferstjerren. Oerbleaun as stille tsjûge fan in libben wat net âlder waard as 23 jier.
Ik citeer út it boek fan Jack Kooistra:
‘Een deel van de bezettingstijd was Luurtse ondergedoken bij de boer. Zonder veel problemen kwam hij de oorlogsjaren door. Kort na de bevrijding gaf hij zich op als oorlogsvrijwilliger. Een deel van zijn militaire opleiding kreeg hij in Maryhill in de buurt van de Schotse stad Glasgow.
Voor zijn vertrek naar Indië diende hij nog enige tijd bij het Regiment van Heutsz in Ede. Luurtse deed in Indonesië op verschillende plaatsen dienst, zoals in Batavia, Solo en Semarang. Hij was bij de brigade-inlichtingendienst die informatie moest verzamelen. In Solo werd Luurtse de Boer met ernstige buikklachten opgenomen in het hospitaal. Hij werd daar geopereerd maar het mocht niet baten. Bij zijn overlijden was verpleegster, tweede luitenant Doet Alzerda uit Kollumerzwaag. Ze schreef na Luurtse zijn dood aan zijn ouders. ‘Terwijl wij bang zijn voor sneuvelen of gewond raken neemt God hem weg door een ziekte.’
Doet haar zoon, Kees, hier ook aanwezig, schreef dat zijn moeder nooit wilde praten over haar tijd in Indonesië. Te pijnlijk. Ze werkte daar voor het Rode kruis En het Nederlandse leger als verpleegkundige
Met de militair Luurtse de Boer had ze een persoonlijke band, ze heeft hem tot de dood begeleid.
Terug in Nederland heeft ze de Boer zijn ouders bezocht en verslag gedaan van zijn laatste periode voor hij stierf in haar bijzijn en verteld wat zijn laatste woorden waren.
Doet haar zoon hoorde dit verhaal pas in de laatste jaren voor zijn moeder overleed
Deze brief werd nog gestuurd naar Luurtse zijn ouders waarin eerste luitenant A.J. MacVille lovende woorden spreekt over hem zijn vlijt en onder alle omstandigheden goede humeur. Luurtse de Boer…
Zijn laatste rustplaats is op het ereveld Candi in Semarang.
Vandaag is er een krans gelegd evenals op alle erevelden op Java
Mevr. Tettie Stiemsma – Walda, secretaris